Unit 6.1

Aanwijzend voornaamwoord

voornaamwoorden - 2 minutes

Download Download eBook Download ebook

Introduction

Het aanwijzend voornaamwoord maakt deel uit van de voornaamwoorden of pronomina en is het voornaamwoord met een verwijzende waarde, die nadrukkelijker is dan die van andere voornaamwoorden.

We kunnen voornaamwoorden definiëren als een verwijzing naar iets anders dat al dan niet in dezelfde zin wordt genoemd, dan wel verwijst naar een buitentalig element binnen het perspectief van de spreker (een exoforische verwijzing).

We kunnen een voornaamwoord zelfstandig of bijvoeglijk gebruiken.

 

Form

In dit gedeelte tonen we de verschillende vormen van het aanwijzend voornaamwoord.

De-woordHet-woord
Dichtbijdezedit
Verafdiedat

Example

Use

Bijvoeglijk gebruik van deze, die, dit, dat

  1. Het aanwijzend voornaamwoord staat voor het zelfstandig naamwoord.
  2. Deze’/’die’ gebruiken we bij de-woorden en bij meervoudige het-woorden.
  3. Dit’/’dat’ gebruiken we bij enkelvoudige het-woorden.
  4. Deze’/’dit’ gebruiken we voor zaken die dichtbij staan (‘hier’).
  5. Die’/’dat’ gebruiken we voor zaken die veraf staan (‘daar’).
  6. Tussen het aanwijzend voornaamwoord en zelfstandig naamwoord kunnen we een bijvoeglijk naamwoord plaatsen.
  7. Bij tegenstellingen gebruiken we de vorm voor ‘dichtbij’ en voor ‘veraf’.

Zelfstandig gebruik van deze, die, dit, dat

  1. We kunnen een zelfstandig naamwoord door een aanwijzend voornaamwoord vervangen als het duidelijk is waar we het over hebben.
  2. Meestal kunnen we ‘dat’ gebruiken waar we ‘het’ gebruiken.
  3. Meestal kunnen we ‘die’ gebruiken waar we ‘de’ gebruiken.
  4. Na een voorzetsel kunnen we een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord gebruiken.
  5. Bij een keuze kunnen we een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord gebruiken.
  6. Bij een opsomming kunnen we een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord gebruiken.
Books4Languages feedback

Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.

Copy link