Unit 10.2

Gewone zin

Introduction

We verdelen zinnen in het Nederlands onder in enkelvoudige en samengestelde zinnen.

Enkelvoudige zinnen bestaan alleen uit één hoofdzin.
Tot de samengestelde zinnen behoren er twee soorten. Enerzijds twee hoofdzinnen die naast elkaar voorkomen (nevenschikking), en anderzijds een hoofdzin die samen met een bijzin staat (onderschikking).

 

Form

In dit gedeelte zullen we het hebben over de gewone zin (= enkelvoudig).

Onderwerp Persoonsvorm
1e plaats 2e plaats
Markus eet.
Markus en Jonas eten.

Example

Use

Onderwerp en persoonsvorm

  1. In iedere zin staat een onderwerp en een persoonsvorm.
  2. Het onderwerp kunnen we vinden door “wie doet het?” te vragen.
  3. De persoonsvorm is het werkwoord dat bij het onderwerp hoort. Als het onderwerp enkelvoudig is, staat de persoonsvorm ook in het enkelvoud. Als het onderwerp in het meervoud staat, dan staat de persoonsvorm ook in het meervoud.

Exercises


The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.


Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.