Unit 1.2

‘Hebben’ in een vraag (O.T.T.)

werkwoorden - 1 minute

Download Download eBook Download ebook

Introduction

‘Hebben’ is een van de meest gebruikte werkwoorden in het Nederlands. We kunnen het zelfstandig gebruiken, maar vaak ook als hulpwerkwoord in sommige werkwoordstijden.

Om in het Nederlands een vraag te stellen, maken we gebruik van inversie. Het werkwoord komt dan op de eerste plaats staan en het onderwerp op de tweede plaats.

Form

In de onderstaande tabel zien we hoe we een vraag vormen met het werkwoord ‘hebben’.

PersoonsvormPersoonRest van de vraag
Hebik…?
Hebjij/je…?
(Hebt/) Heeftu…?
Heefthij/zij/het…?
Hebbenwij/we…?
Hebbenjullie…?
Hebbenzij/ze…?
  1. In een vraag valt bij de 2e pers. enk. (jij/je) de uitgang –t van het werkwoord weg.
  2. Bij de beleefdheidsvorm van de 2e pers. enk. (u) blijft de uitgang –t staan.
  3. De beleefdheidsvorm met ‘u’ wordt met ‘hebben’ vaker vervoegd in de derde persoon.

Example

Books4Languages feedback

Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.

Copy link