Unit 2.1

Hoofdtelwoord (2)

Introduction

Een telwoord (of numerale) is een woord waar we een aantal of een rangnummer mee aanduiden. We onderscheiden hoofdtelwoorden en rangtelwoorden.

 

Form

11 elf
12 twaalf
13 dertien
14 veertien
15 vijftien
16 zestien
17 zeventien
18 achttien
19 negentien
20 twintig
21 eenentwintig
22 tweeëntwintig
23 drieëntwintig
24 vierentwintig
25 vijfentwintig
26 zesentwintig
27 zevenentwintig
28 achtentwintig
29 negenentwintig
30 dertig
31 eenendertig
32 tweeëndertig
33 drieëndertig
40 veertig
50 vijftig
60 zestig
70 zeventig
80 tachtig
90 negentig
100 honderd
  1. ‘een’ krijgt vaak een accent (één) om te benadrukken. ‘Een’ zonder accent wordt vaak gebruikt als onbepaald lidwoord ‘een’.
  2. Tot en met 99 wordt eerst het laatste getal uitgesproken. (negenennegentig)
  3. Tussen het eerste en het tweede deel zetten we een ‘en’ om ze te verbinden.

Example

Use

  1. Telwoorden worden gebruikt om hoeveelheid aan te duiden. Ze staan heel vaak voor een zelfstandig naamwoord.
  2. Behalve na ‘één’ of ‘een’ staat het zelfstandig naamwoord altijd in het meervoud.
  3. Telwoorden worden ook gebruikt om de tijd aan te duiden.

Exercises


The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.


Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.