Unit 7.1

Rangtelwoord

Introduction

Een telwoord (of numerale) is een woord waar we een aantal of een rangnummer mee aanduiden. We onderscheiden hoofdtelwoorden en rangtelwoorden.

In dit gedeelte leren we de rangtelwoorden van 1 tot en met 10.

Form

1e eerste
2e tweede
3e derde
4e vierde
5e vijfde
6e zesde
7e zevende
8e achtste
9e negende
10e tiende
  1. Tot ‘negentiende’ vormen we het rangtelwoord door –de achter het hoofdtelwoord te zetten.
  2. Uitzonderingen hierop: eerste, derde, achtste.

Example

Use

  1. We gebruiken het rangtelwoord om een volgorde aan te geven.
  2. Bij breuken wordt de teller als hoofdtelwoord en de noemer als rangtelwoord uitgesproken.
  3. We gebruiken een rangtelwoord om de datum aan te geven.
  4. Als we weten over welke maand het gaat, mogen we de maand weglaten en alleen het rangtelwoord gebruiken.
  5. We gebruiken het rangtelwoord voor leeftijden.
  6. We gebruiken een rangtelwoord voor een opsomming met ‘ten’.
  7. We gebruiken een rangtelwoord bij namen van koningen/koninginnen of pausen.

Exercises


The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.


Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.