Unit 11.1

Voegwoord (nevenschikkend)

Introduction

Een voegwoord (of conjunctie) is een woord dat twee deelzinnen met elkaar verbindt.

Voegwoorden zijn in twee soorten te verdelen: nevenschikkend en onderschikkend.

 

Form

In dit gedeelte hebben we het over de nevenschikkende voegwoorden.

Nevenschikkende voegwoorden en, maar, of, want

Example

Use

  1. We kunnen een voegwoord tussen twee gelijke zinsdelen (twee hoofdzinnen, twee zinsdelen of twee woorden) zetten (= nevenschikkend).
  2. En’ gebruiken we om te zeggen dat er nog iets komt. ‘En’ kan tussen twee persoonsnamen of dingen staan.
  3. We kunnen ‘en’ tussen twee hoofdzinnen zetten.
  4. Als we ‘maar’ gebruiken, geven we een tegenstelling aan.
  5. ‘Of’ gebruiken we bij een tegenstelling of keuze.
  6. ‘Want’ gebruiken we bij een oorzaak.

Exercises


The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.


Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.