Unit 8.2

Voorzetsels van plaats en richting

Introduction

Een voorzetsel (of prepositie) is een onverbuigbare woordsoort die altijd deel uitmaakt van een zinsdeel (vaak een bijwoordelijke bepaling) en de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft.

Form

Plaats aan, achter, bij, boven, buiten, in, naast, onder, op, tegen, tegenover, tussen, voor
Richting door, in, langs, naar, om, over, tot, van

Exercises


The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.


Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.