Unit 1.1

‘Zijn’ in de O.T.T.

Introduction

‘Zijn’ is een van de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden in het Nederlands.

We kunnen het zelfstandig gebruiken, maar vaak ook als hulpwerkwoord in sommige werkwoordstijden. Het vervult ook de functie van een koppelwerkwoord.

 

Form

Vervolgens zien we de vervoeging van het werkwoord ‘zijn’.

Onderwerp Vorm
ik ben
jij/je/u bent
hij/zij/ze/het is
wij/we zijn
jullie zijn
zij/ze zijn

Example

 

Use

  1. ‘Zijn’ gebruiken we om te zeggen wie we zijn of om iemand anders voor te stellen.
  2. ‘Zijn’ gebruiken we om een persoon of een zaak te beschrijven.
  3. ‘Zijn’ gebruiken we om te zeggen hoe oud iemand is.
  4. ‘Zijn’ gebruiken we om te zeggen waar je bent.
  5. ‘Zijn’ gebruiken we met beroepen of nationaliteiten.
  6. ‘Zijn’ gebruiken we om de tijd, de datum, de dag of het dagdeel te noemen.

Exercises


The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.


Licentie

Dutch Grammar A1 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.