Unit 4.2

Bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijke naamwoorden - 1 minute

Download Download eBook Download ebook

Introduction

Een bijvoeglijk naamwoord (of adjectief) is een woord dat wordt gebruikt om iets anders in de zin (bijvoorbeeld een zelfstandig naamwoord) nader te omschrijven.

Het bijvoeglijk naamwoord (bn.) duidt meestal een eigenschap of hoedanigheid aan en vormt vaak één zinsdeel met datgene wat het nader omschrijft.

 

Form

In de onderstaande tabel geven we weer wanneer een bijvoeglijk naamwoord wel of niet een buigings-e krijgt.

Zelfstandig naamwoordDe- of het-woordBn. met/zonder -e
Enkelvoud

de

het

+e

+e

Meervoudde+e
Met lidwoord een

bij de-woord

bij het woord

+e

Plaats

  1. Het bijvoeglijk naamwoord staat vaak voor het zelfstandig naamwoord. Dan krijgt het de buigings-e. Als er een het-woord staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e.
  2. Het bijvoeglijk naamwoord staat vaak na de werkwoorden ‘zijn’ en ‘worden’ op het einde van de zin. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt dan nooit een buigings-e.

Wel een buigings-e

  1. Als er ‘deze’, ‘dit’, ‘die’, ‘dat’ voor het bijvoeglijk naamwoord staat, krijgt het wel een buigings-e.
  2. Als er ‘mijn’, ‘jouw’, ‘zijn’, ‘haar’, ‘uw’, ‘ons’, ‘onze’, ‘jullie’, ‘hun’ voor het bijvoeglijk naamwoord staat, krijgt het ook een buigings-e.

Zelfstandig gebruik

  1. Na de uitroep ‘wat’ krijgt het zelfstandig bijvoeglijk naamwoord nooit een buigings-e.
Books4Languages feedback

Licentie

Dutch Grammar A2 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.

Copy link