Unit 8.2

Gewone zin: meewerkend voorwerp (met voorzetsel)

Syntaxis - 1 minute

Download Download eBook Download ebook

Introduction

We verdelen zinnen in het Nederlands onder in enkelvoudige en samengestelde zinnen.

Enkelvoudige zinnen bestaan alleen uit één hoofdzin.
Tot de samengestelde zinnen behoren er twee soorten. Enerzijds twee hoofdzinnen die naast elkaar voorkomen (nevenschikking), en anderzijds een hoofdzin die samen met een bijzin staat (onderschikking).

In dit gedeelte zullen we het hebben over de gewone zin (= enkelvoudig) met een meewerkend voorwerp met voorzetsel.

 

Form

OnderwerpPersoonsvormTijdPlaatsLijdend vw.Meew. vw.
1e plaats2e plaats3e plaats4e plaats5e plaats6e plaats
Markusgeeftstraksin de klaseen appelaan Jonas.

Example

Use

Onderwerp en persoonsvorm

  1. Overgankelijke werkwoorden hebben een lijdend voorwerp bij zich. Het lijd.vw. vinden we door te vragen: wat + persoonsvorm (+ ander werkwoord) + onderwerp. Het lijd.vw. staat meestal ná de tijd.
  2. Bij sommige werkwoorden staat een meewerkend voorwerp in de zin. Dit kan mét of zonder voorzetsel voorkomen. Als het meew.vw. een voorzetsel heeft, staat het dan meestal ná de plaats en het lijd.vw.
Books4Languages feedback

Licentie

Dutch Grammar A2 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.

Copy link