Unit 3.1

Onvoltooid verleden toekomende tijd (O.V.T.T.) (regelmatig)

Werkwoorden - 2 minutes

Download Download eBook Download ebook

Introduction

De O.V.T.T. stelt men samen met ‘zou(den)’ en een infinitief. Het drukt een handeling uit die vanuit het verleden in de toekomst plaatsvindt. Aangezien het uitgangspunt om de tijdsverhoudingen te bepalen hier het verleden is, spreekt men over een “verleden toekomende” tijd.

De indirecte rede kan ook weer omgezet worden in een directe rede met de O.V.T.T.

 

Form

Werken
Ikzou werken
Jij/je/uzou werken
Hij/zij/ze/hetzou werken
Wij/wezouden werken
Julliezouden werken
Zij/zezouden werken

Example

Use

  1. De O.V.T.T. gebruiken we voor beleefde vragen, beleefde verzoeken of onwerkelijkheden.
  2. Als er bij een beleefde vraag ‘ik’ of ‘wij’ het onderwerp is, gebruiken we dan het hulpwerkwoord ‘mogen’ of ‘kunnen’.
  3. Als er bij een beleefde vraag ‘je’, ‘u’ of ‘jullie’ het onderwerp is, gebruiken we dan het hulpwerkwoord ‘kunnen’ of ‘willen’.
  4. De O.V.T.T. gebruiken we voor iets dat nog niet gebeurd of klaar is.
  5. De O.V.T.T gebruiken we bij twijfel of advies.
  6. De O.V.T.T gebruiken we als we iets van iemand gehoord hebben, maar als we niet zeker zijn over wat gezegd werd.
  7. De O.V.T.T gebruiken we als iets wenselijk is.
  8. De O.V.T.T gebruiken we bij een herinnering aan beloftes of afspraken.
Books4Languages feedback

Licentie

Dutch Grammar A2 Level Copyright © 2018 by books4languages. Alle Rechten Voorbehouden.

Copy link